Straffen en belonen
We gaan uit van een positieve benadering van elk kind. We maken complimentjes en grapjes en stimuleren het gedrag dat wij waarderen. We leggen uit waarom iets niet mag of kan. Als dit niet helpt, laten we door middel van woorden, boos aankijken, negeren, apart zetten of beetpakken, afhankelijk van de ernst van de situatie onze afkeuring blijken. Als het kind een ander kind pijn doet, stimuleren we dat kind het goed te maken met het andere kind. De leidster die straft, handelt de zaak af en maakt daarbij duidelijk dat niet het kind maar de handeling of het gedrag wordt afgekeurd. Na de straf maken wij het goed met het kind. Voor de eigenwaarde van het kind is het belangrijk het positieve gedrag te stimuleren en negatief gedrag te corrigeren.